De programmabegroting bestaat uit de beleidsbegroting, de financiële begroting en bijlagen.
Beleidsbegroting
De beleidsbegroting bestaat uit 9 beleidsprogramma's (0 t/m 8) en 9 paragrafen. De indeling van de beleidsprogramma's sluit op hoofdlijnen aan bij de indeling van de Iv3-taakvelden, waarbij de begroting op programmaniveau wordt toegelicht. In de programma's is opgenomen welke maatschappelijke doelen we nastreven en wat de belangrijkste resultaten zijn. Daarin geven de, bij ministeriële regeling voorgeschreven beleidsindicatoren, een indicatie van de gewenste maatschappelijke effecten van het beleid. Aan het eind van het programma is de raming en de cijfermatige vergelijking per programma opgenomen.
Voor de inrichting van de begroting gelden de voorschriften uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In artikel 8 van het BBV staat dat de beleidsbegroting uit deze onderdelen moet bestaan:
- De programma's die we willen realiseren;
- Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;
- Een overzicht van de kosten van overhead;
- Het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting;
- Het bedrag voor onvoorzien.
Naast het programmaplan bevat de beleidsbegroting de wettelijk verplichte paragrafen. De paragrafen richten zich op beheersmatige aspecten, zoals bedrijfsvoering, weerstandsvermogen, kapitaalgoederen, lokale heffingen en grondbeleid. Daarnaast bevat de begroting paragrafen over de Woo en over bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen.
Financiële begroting
De financiële begroting gaat in op de financiële positie van onze gemeente. Hierin is het totale financiële overzicht opgenomen. Dit bestaat uit kaders die de raad heeft vastgesteld, het algemene financiële beeld en het overzicht van baten en lasten.
Voor de financiële begroting schrijft het BBV voor dat we daarin deze onderdelen opnemen:
- Een overzicht van baten en lasten met een toelichting;
- Een uiteenzetting van de financiële positie met een toelichting;
- Een bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld.
Bij het hoofdstuk Van Kaderbrief naar Begroting lichten we het verschil in de begrotingssaldi toe tussen deze twee documenten. Daarnaast benoemen we de incidentele baten en lasten apart, om zo het structureel begrotingssaldo te kunnen bepalen. In het hoofdstuk Baten en lasten 2025-2027 vergelijken we het begrotingsjaar 2027 met de twee voorgaande jaren; in Baten en lasten 2027-2030 presenteren we het meerjarenbeeld. Tot slot zijn een overzicht van de reservemutaties en de geprognosticeerde balans opgenomen.
Structureel en incidenteel
In de begroting worden baten en lasten onderscheiden in structurele en incidentele baten en lasten. Dit onderscheid wordt bepaald door de aard en het karakter van de bate of last en niet uitsluitend door de periode waarin deze zich voordoet. Een meerjarige last kan daardoor incidenteel zijn en een last die niet ieder jaar voorkomt kan structureel van aard zijn. Structurele lasten worden in beginsel gedekt door structurele baten. Het onderscheid tussen structurele en incidentele baten en lasten geeft inzicht in het structurele begrotingsevenwicht van de gemeente.
In de begroting staan financiële tabellen. Omdat die grotendeels automatisch zijn gegenereerd, kunnen er afrondingsverschillen voorkomen in cijfers.
