Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie. Met het risicomanagementsysteem prioriteren we risico’s en beoordelen we risico’s op systematische wijze. Hiermee kunnen we passende beheersmaatregelen nemen.

Onderdeel van het proces van totstandkoming van de begroting is een update van de risico-inventarisatie. We hebben risico’s in kaart gebracht in de organisatie, waarbij we voor ieder risico een risicoprofiel hebben opgesteld. We hebben de risico’s bij deze begroting geactualiseerd en aangevuld met nieuw geïdentificeerde risico’s.

Voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is per risico uitgegaan van het maximale financiële gevolg, vermenigvuldigd met de kans dat het risico zich voordoet. Omdat niet alle risico's zich gelijktijdig en in maximale omvang zullen manifesteren, is voor de bepaling van de gemiddelde risico-omvang uitgegaan van 50% van het maximale financiële gevolg, behalve voor grondexploitaties waarbij met de maximale risico-omvang wordt gerekend. Deze methodiek leidt tot een realistische inschatting van de benodigde weerstandscapaciteit en sluit aan bij de aard en onzekerheid van de geïdentificeerde risico's.

In 2027 zal een verdere doorontwikkeling van de werkwijze rondom risicobeheersing worden gestart. Zoals voorgeschreven in de Nota Risicomanagement & weerstandsvermogen hebben we de tien risico’s met de hoogste bijdrage aan de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen in een overzicht. Dat overzicht hebben we aangevuld met de beheersmaatregelen die we hebben getroffen. We hanteren een opslag van 30 procent voor overige risico’s.

De 10 risico's met de grootste financiële impact tellen op tot € 6.268.000, de opslag van 30 procent voor kleinere risico's van € 1.880.000 geeft een totaal risico van € 8.148.000. De risico's met de grootste financiële impact staan opgenomen in de volgende tabel, met daaronder een toelichting per risico.

Omschrijving

Maximale omvang

Kans
(in %)

Gemiddelde omvang

Risicoprofiel

1. Technische staat van de tunnel Horst en Voordelaan

10.000

30

5.000

1.500

2. Grootschalige investeringsprojecten

36.800

5

18.400

920

3. Algemene uitkering Gemeentefonds

1.900

70

950

665

4. Renterisico

2.600

50

1.300

650

5. Verantwoordelijkheid sociaal domein (inclusief jeugd)

3.609

30

1.804

541

6. Garantstellingen

100.469

1

50.234

502

7. Ontsluiting Het Fortuyn van Voorschoten op Leids grondgebied

1.400

70

700

490

8. Informatieveiligheid

2.500

30

1.250

375

9. Schade vuilwateroverlast

2.500

30

1.250

375

10. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor

997

25

997

249

Totaal

6.268

30% opslag overige risico's

1.880

Totaal risico's

8.148

(bedragen x € 1.000)

Deze risico's worden navolgend toegelicht.

1. Technische staat van de tunnel Horst en Voordelaan

De kwaliteit van het beton bij de tunnel Horst en Voordelaan verkeert in slechte staat ter hoogte van de toeritten west en oost. De onzekerheid over de hoogte van de kosten voor herstel, brengt een financieel risico met zich mee, dat de gemeente nog niet begroot heeft. Voor de levensduur van een tunnel wordt meestal een periode van honderd jaar gerekend. De tunnel Horst en Voordelaan is gebouwd in 1968/1969 en zou daarom constructief 100 jaar stand moeten houden.

Toelichting

Het ingenieursbureau Iv-infra heeft onderzoek gedaan naar de technische en constructieve toestand van de toeritten van de tunnel. Daaruit blijkt dat de constructie nog voldoende sterk is en er geen acuut gevaar is.

Beheersmaatregelen

Het maximale risico schatten we in op € 10.000.000. De voorlopige conclusie uit het onderzoek naar de technische staat van de tunnel Horst- en Voordelaan is dat er geen acuut gevaar is. We monitoren de constructie nauwlettend.

We blijven met ProRail en de provincie in gesprek over de rol van alle betrokken partijen in het licht van actuele maatschappelijke opgaven (mobiliteit, veiligheid, erfgoed, duurzaamheid), en om gezamenlijk te komen tot een gedragen en haalbare oplossing voor de noodzakelijke herstelmaatregelen of vernieuwing. Hierbij spreken we over eigendom, subsidiëring, kostenverdeling en projectaanpak.

2. Grootschalige investeringsprojecten

Toelichting

De gemeente monitort de voortgang, planning en financiële ontwikkelingen van de grote investeringsprojecten continu via prognoses en projectrapportages. Financiële afwijkingen worden tijdig gesignaleerd en betrokken bij de reguliere planning- en controlcyclus, zodat waar nodig kan worden bijgestuurd. Daarnaast worden investeringsramingen periodiek geactualiseerd. Bij de voorbereiding en uitvoering van projecten wordt, wanneer daar aanleiding toe bestaat, onderzoek gedaan naar mogelijke milieu- en bodemrisico's en worden zo nodig passende maatregelen getroffen. Deze maatregelen dragen bij aan een betere beheersing van kosten, planning en risico's gedurende de gehele looptijd van de projecten. Het risicobedrag komt tot stand op basis van het totale investeringsvolume € 36,8 miljoen voor het begrotingsjaar 2027.

Beheersmaatregelen

Onder de grootschalige investeringsprojecten vallen de investeringen die zijn opgenomen in de meerjarige investeringsplanning. Ondanks de aanwezigheid van risicoreserveringen en posten onvoorzien binnen de projectbegrotingen bestaat het risico dat tijdens de uitvoering aanvullende kosten ontstaan. Dit kan het gevolg zijn van gewijzigde wet- en regelgeving, prijsstijgingen, vertragingen, gewijzigde projecteisen, marktomstandigheden of onvoorziene milieu- en bodemproblematiek. Hierbij kan bijvoorbeeld sprake zijn van bodemverontreiniging of de aanwezigheid of toepassing van stoffen en materialen die risico's voor het milieu of de volksgezondheid met zich meebrengen, zoals PFAS of staalslakken. Hierdoor kan sprake zijn van overschrijding van de beschikbare investeringskredieten.

3. Algemene uitkering Gemeentefonds

De gemeente loopt risico op lagere inkomsten uit de algemene uitkering van het gemeentefonds door exogene ontwikkelingen zoals:
• Nadelige herverdeeleffecten bij wijzigingen in het verdeelmodel gemeentefonds.
• Lagere compensatie voor loon, prijs en hoeveelheidsontwikkeling. De compensatie voor inflatie blijkt vaak achteraf te laag te zijn.
• Een lagere uitkering van de onderbesteding van het BTW compensatiefonds. In de begroting 2027 is rekening gehouden met eenzelfde uitkering als over 2025.
• Ontwikkelingen in de uitkeringsbasis, waardoor er voor Voorschoten een lagere algemene uitkering komt.
• Kortingen op specifieke uitkeringen (SPUKS). Het Rijk wil het aantal SPUKS terugbrengen om zo minder administratieve lasten en werk voor gemeentes en accountants te hebben. Het terugbrengen gaat in principe samen met een korting, mogelijk oplopend tot 10 procent.

Toelichting

Om de financiële gevolgen van een verdere afbouw van de compensatie binnen het gemeentefonds op te vangen, is vanaf 2028 een structurele stelpost opgenomen in de meerjarenbegroting. Hierbij is rekening gehouden met een gefaseerde verdere toename van het herverdeelnadeel. Door deze maatregel wordt een belangrijk deel van het potentiële nadeel afgedekt. Na verwerking van de getroffen beheersmaatregelen resteert een maximaal risico van € 1,9 miljoen. Gezien de landelijke ontwikkelingen rondom het gemeentefonds, de nog te nemen rijksbesluiten en de beperkte beïnvloedbaarheid door de gemeente wordt de kans van optreden als hoog ingeschat (70%).

Beheersmaatregelen

Voor Voorschoten bedraagt het totale herverdeelnadeel van het gemeentefonds € 140 per inwoner. De financiële effecten worden gefaseerd ingevoerd. Eind 2026 resteert nog een potentieel nadeel van € 102,50 per inwoner, wat neerkomt op een structureel risico van circa € 2,6 miljoen. Het maximale risico van overige ontwikkelingen binnen het gemeentefonds wordt geraamd op structureel € 0,5 miljoen.

4. Renterisico

Het renterisico betreft het risico dat de gemeente loopt bij hoge rentestijgingen bij nieuw aan te trekken geldleningen.  

Toelichting

Het maximale risico bedraagt € 2,6 miljoen. In de begroting wordt een momentopname van de rente op langlopende geldleningen gebruikt als uitgangspunt om de rentelast te bepalen. Het risico kan zich voordoen dat het daadwerkelijke rentetarief op een af te sluiten langlopende lening hoger uitvalt dan voorzien. Dit zou leiden tot verhoogde rentelasten ten opzichte van wat is opgenomen in de begroting.

In de begroting 2027 is voorzien dat voor circa € 24,4 miljoen lang geld aangetrokken moet worden in 2027. Hiertegenover staat een totale rentelast op die betreffende leningen van € 10,1 miljoen. Wanneer bijvoorbeeld wordt uitgegaan van een rentetarief dat 1,0% hoger ligt dan begroot, komt de totale rentelast uit op € 12,7 miljoen. Het verschil van € 2,6 miljoen betreft het maximale risico.

De kans dat de rentetarieven 1,0% hoger uitvallen dan begroot wordt momenteel op 50% ingeschat, ingegeven door de rentevisie. In de paragraaf financiering gaan we dieper in op de rentevisie. Het risicoprofiel wordt hiermee vastgesteld op € 650.000.

Beheersmaatregelen

De ontwikkelingen omtrent de rente worden continu gemonitord. Eventuele financiële consequenties worden gedurende de reguliere P&C-cyclus verwerkt.

5. Verantwoordelijkheid sociaal domein (inclusief jeugd)

De gemeente loopt het risico op hogere uitgaven doordat onder andere de jeugdhulp en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een openeindekarakter hebben. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de groei van de doelgroep, stijgende zorgkosten en de toenemende complexiteit van zorgvragen.

Het sociaal domein blijft financieel kwetsbaar door ontwikkelingen binnen de jeugdhulp en de Wmo. In de afgelopen jaren hebben het Rijk en gemeenten aanvullende afspraken gemaakt over de financiering van de jeugdhulp in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd. Een onafhankelijke deskundigencommissie monitort de uitvoering van deze afspraken en brengt begin 2027 een tweede zwaarwegend advies uit over de voortgang van de hervormingen en de ontwikkeling van de jeugdhulpkosten. De uitkomsten hiervan kunnen gevolgen hebben voor de toekomstige financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten.

Toelichting

Het maximale risico bedraagt € 3.609.000. Bij het bepalen van het risico gaan we uit van een gemiddelde omvang van 10% van het totale budget voor de open-einderegelingen binnen het sociaal domein. De kans dat dit risico zich voordoet schatten we op 30%. Hoewel sprake blijft van een open-eindekarakter, laten de realisatiecijfers van de afgelopen jaren zien dat de gemeente de uitgaven binnen het sociaal domein beheerst. Daarnaast worden ontwikkelingen gedurende het jaar actief gemonitord en waar nodig verwerkt in de prognoses en begroting.

Beheersmaatregelen

De gemeente monitort de ontwikkelingen binnen de jeugdhulp en de Wmo doorlopend via dashboards, prognoses en periodieke rapportages. Eventuele financiële afwijkingen worden tijdig gesignaleerd en betrokken bij de reguliere planning- en controlcyclus. Daarnaast worden maatregelen uitgevoerd die bijdragen aan een doelmatige inzet van zorg en verdere versterking van de sturing op kosten en volume.

6. Garantstellingen

Het financiële risico dat de gemeente loopt als een garantienemer niet aan zijn of haar betalingsverplichtingen kan voldoen en de geldverstrekker een beroep doet op de door de gemeente afgegeven garantie.

Toelichting

De maximale omvang van alle nog openstaande bankgaranties aan instellingen en particulieren is ultimo juni 2026 € 100,5 miljoen. Hiervan heeft € 1,3 miljoen betrekking op directe garanties en € 99,2 miljoen op indirecte garanties. De indirecte garanties betreffen leningen van de woningbouwcorporaties waar het Waarborgfonds Sociale Woningbouw eerst zal worden aangesproken voordat een beroep wordt gedaan op de garantstelling door de gemeente. Omdat het risico in eerste aanleg is afgedekt door het waarborgfonds, wordt de kans op het optreden van dit risico zeer laag ingeschat. De gemeente is bij directe garantstellingen zelf aanspreekbaar. Gemiddeld wordt het risico op 1 procent ingeschat. Ondanks deze lage kans wordt het risico vanwege de potentieel grote financiële impact meegenomen in het risicoprofiel. Het risicoprofiel van de directe en indirecte garanties bedraagt incidenteel € 502.000.

Beheersmaatregelen

Het gemeentelijk beleid is erop gericht dat er geen nieuwe garantstellingen zonder waarborg worden afgegeven. Bij de afgifte van garanties door de gemeente wordt er gekeken naar de kredietwaardigheid van de partijen. Daarnaast worden de volgende beheersmaatregelen toegepast:
• Jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening worden de financiële gegevens van de geld nemende organisaties beoordeeld.
• De financiële instellingen (geldgevers) jaarlijks wijzen op de plicht om betalingsachterstanden op geborgde geldleningen te melden.

7. Ontsluiting Het Fortuyn van Voorschoten op Leids grondgebied

Met de vaststelling van het bestemmingsplan voor de Intratuinlocatie was duidelijk dat we de ontsluiting van de nieuwe wijk Het Fortuyn van Voorschoten aan de Leidse kant moesten uitwerken en afstemmen met de gemeente Leiden. Inmiddels hebben we hierover gesprekken gevoerd met de gemeente Leiden en wordt in beeld gebracht welke bijdrage wij moeten leveren. We hebben in de anterieure overeenkomst met de projectontwikkelaar afgesproken dat die 50 procent van de bijdrage van Voorschoten voor zijn rekening neemt binnen gestelde voorwaarden. De gesprekken zijn nog onderhanden over meerkosten, deze vallen hoger uit dan destijds geraamd.

Toelichting

Het maximale risico bedraagt € 1,4 miljoen. In de anterieure overeenkomst Herontwikkeling Intratuinlocatie Leidseweg 518 met de projectontwikkelaar zijn financiële afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten voor de verkeersontsluitingen aan Het Fortuyn van Voorschoten, gebaseerd op een eerste raming. Deze kosten worden voor 50 procent gedragen door de gemeente Voorschoten en voor 50 procent door de ontwikkelaar. De bijdrage van de ontwikkelaar is op grond van de anterieure overeenkomst gemaximeerd op circa € 222.000. Het risico bestaat dat kosten boven dit bedrag voor rekening van de gemeente komen.

Daarnaast is gebleken dat ter plaatse van de overbrugging een persleiding ligt, waardoor aanvullende maatregelen nodig zijn en de overbrugging duurder wordt. Ook zijn de eisen van het Waterschap bijgesteld, wat leidt tot hogere kosten voor het beschermen van de oevers. Verder is sprake van prijsstijgingen, onder andere door hogere transportkosten. Het totaal van deze meerkosten wordt in samenwerking met de gemeente Leiden inzichtelijk gemaakt.

Beheersmaatregelen

Als de ontwikkelaar zich niet aan de afspraken van de anterieure overeenkomst houdt, dan zijn we gedwongen om juridisch advies in te winnen en juridische maatregelen te nemen.

8. Informatieveiligheid

Risico’s op het gebied van informatieveiligheid zijn onder andere hacks, ransomwareaanvallen en ongeautoriseerde toegang tot informatie. Hoewel we diverse maatregelen treffen om dat te voorkomen, blijft er altijd een risico bestaan met potentieel grote impact.

Toelichting

Voorbeelden van risico’s die de gemeente loopt zijn:

  • hacken; met hacken breken onbevoegden in op een netwerk, om toegang te krijgen tot applicaties en informatie;
  • een ransomwareaanval; ransomware (‘gijzelsoftware’) is software om toegang te krijgen tot een netwerk om dat te blokkeren totdat er een geldbedrag is betaald.

Maar ook het risico op het ongeautoriseerd gebruiken of bewerken van informatie zonder dat er sprake is van kwade opzet, moet op grond van wetgeving en integriteit van informatie worden uitgesloten. Incidenten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de dienstverlening.

Beheersmaatregelen

De maximale omvang van dit risico bedraagt € 2.500.000. De gemeente investeert jaarlijks om te borgen dat zij aan de vereiste beveiligingsrichtlijnen voldoet. We hebben continue monitoring van dreigingen geïmplementeerd en waar nodig ondernemen we actie. Daarnaast voeren we interne en externe audits uit waarin we verantwoording afleggen aan toezichthouders. De uitkomsten van de zelfevaluaties en audits geven input voor ons jaarlijkse informatiebeveiligingsplan. Ook besteden we continu aandacht aan bewustwording bij onze medewerkers.

9. Schade vuilwateroverlast

Als gevolg van storingen, menselijk handelen, verstoppingen, breuk of ander externe onverwachte situaties, zoals een stroomstoring, hevige regenval of uitval van de hoofdgemalen van hoogheemraden, is het mogelijk dat het rioolstelsel niet goed functioneert. Daardoor kan er vuil water in het openbaar gebied lopen.

Toelichting

Door klimaatverandering neemt de kans op extreme regenval en stroomuitval toe. Het risico daarbij is dat het riool het water niet goed kan verwerken. Het riool in Voorschoten is grotendeels een gemengd stelsel: schoon en vuil water worden door dezelfde rioolbuis getransporteerd. Bij overstroming van het riool zal daardoor vervuild water aan de oppervlakte komen. We verwachten dat daardoor enkele straten zouden kunnen onderlopen. We schatten dat het herstel van de milieuschade die daardoor ontstaat ons maximaal € 2,5 miljoen zal kosten. De kans dat dit gebeurt is toegenomen door de klimaatverandering; we schatten die op 30 procent.

Beheersmaatregelen

Het maximale risico bedraagt € 2.500.000. Om de kans op vuilwateroverlast te verkleinen, is tijdig onderhoud aan de riolering nodig. Door daarbij een programma op te zetten waarmee het gemengde stelsel wordt vervangen door een gescheiden stelsel, wordt de kans op vuilwateroverlast aanzienlijk verkleind. Ook werken we aan een centrale overstort aan de Korte Vliet. In combinatie met de centrale persleiding vermindert een centrale overstort het risico van afvalwater op straat.

10. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor

Het risico grondexploitatie Duivenvoordecorridor gaat over financieel verlies op de grondexploitatieprojecten en bestuurlijke imagoschade.

Toelichting

Het maximale risico bedraagt € 997.000, met een risicokans van 25%. In bovenstaande tabel is het risicoprofiel op eindwaarde opgenomen. Daarbij is uitgegaan van onderstaande risico’s:

Hogere kosten saneren: € 50.000, kans 50 procent;
Hogere kosten archeologie: € 87.000, kans 25 procent;
Hogere kosten bouw- en woonrijp maken: € 10.000, kans 25 procent;
Hogere plankosten: € 64.000, kans 25 procent;
Conjuncturele vertraging: € 460.000, kans 25 procent;
Conjuncturele opbrengstdaling: € 326.000, kans 25 procent.

Het totale risico is ten opzichte van de vorige begroting licht afgenomen.

Beheersmaatregelen

Om deze risico’s te beheersen, nemen we deze maatregelen:
• projectrapportages;
• jaarlijkse bijstelling van de grondexploitatie bij de jaarrekening.

Deze pagina is gebouwd op 10/09/2026 18:45:25 met de export van 10/09/2026 18:38:04