Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In de begroting en jaarrekening nemen we een zestal kengetallen op, die het gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. We vatten de kerngetallen eerst samen in de tabel, daarna lichten we ze toe, gevolgd door een conclusie.

Indicatoren Voorschoten (%)

Signaalwaarden Provincie  (%)

Kengetallen:

Verslag

Begroting

Minst risicovol

Neutraal

Meest
risicovol

2025

2026

2027

2028

2029

2030

1a. Netto schuldquote

28,1

42,4

74,8

113,9

134,1

147,9

<90

90 - 130

>130

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

25,7

37,0

69,7

108,2

128,4

142,4

2. Solvabiliteitsratio

38,0

31,8

26,1

22,7

20,3

17,8

>50

50 - 20

<20

3. Structurele exploitatieruimte

5,1

-0,7

1,0

-0,5

-0,1

1,3

>0

0

<0

4. Grondexploitatie

5,0

5,0

-

-

-

-

<20

20 - 35

>35

5. Belastingcapaciteit

154,0

146,7

156,0

-

-

-

<95

95 - 105

>105

1. Netto schuldquote
De netto schuldquote is een indicator die de leningen van de gemeente (met aftrek van de geldelijke bezittingen) vergelijkt met de totale baten van begroting en jaarverslag (1a). Hiermee geeft deze indicator inzicht in de mate waarin de begroting vastligt door rente en aflossing. De tabel hiervoor presenteert verder de netto schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de gemeente heeft uitstaan (1b). Deze middelen vloeien op termijn terug, bijvoorbeeld de startersleningen van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Ten opzichte van de verwachting voor 2026 is een stijging zichtbaar op de (gecorrigeerde) netto schuldquote. Dit komt door een toename van de investeringen en hiervoor benodigde geldleningen.

2. Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. De solvabiliteitsratio bedraagt in 2027 26,1 procent. Dit betekent dat 26,1 procent van het gemeentebezit met eigen vermogen is gefinancierd. De ratio daalt naar 17,8 procent in 2030. De daling van de solvabiliteitsratio betekent dat een steeds kleiner deel van het gemeentelijk vermogen met eigen vermogen is gefinancierd. Volgens de signaalwaarden van de provincie is de solvabiliteit in 2027 neutraal.

Onder voorwaarden staat de provincie toe om uit het surplus in de algemene reserve onttrekkingen te doen ter dekking van de structurele lasten. Hierbij geldt dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en ook na inzet groter of gelijk blijft aan 20%. Dit betekent dat vanaf 2030 geen beroep kan worden gedaan op het surplus van de algemene reserve.

3. Structurele exploitatieruimte
De structurele exploitatieruimte is een indicator die aangeeft hoe de structurele vrije ruimte (structurele baten min structurele lasten) zich verhoudt tot de totale begrotingsbaten. Dit laat zien in hoeverre de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Ten opzichte van de (negatieve) verwachting voor 2026 herstelt de structurele exploitatieruimte in 2027 weer en wordt deze positief. Volgens de signaalwaarden van de provincie is de structurele exploitatieruimte in 2027 te classificeren als minst risicovol.

4. Grondexploitatie
Het financiële kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de investeringen in grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Voor de berekening van dit kengetal tellen we de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar op en delen we dat door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken. We drukken dit kengetal uit in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat we deze waarde moeten terugverdienen bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Vanaf het jaar 2027 loopt de grondexploitatie af.

5. Belastingcapaciteit
De indicator 'belastingcapaciteit' drukt uit hoe de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) zich verhouden tot het gewogen landelijk gemiddelde. Hoge woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde drukken uit in hoeverre de gemeente de eigen inkomsten aanspreekt en dus beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten. Woonlasten onder het landelijk gemiddelde waardeert VNG als 'voldoende', woonlasten tussen het landelijk gemiddelde en 120 procent hiervan als 'matig' en woonlasten hoger dan 120 procent als 'onvoldoende'. De woonlasten in Voorschoten liggen hoger dan het landelijk gemiddelde.
De ontwikkeling van de woonlasten ligt in Voorschoten hoger dan de gemiddelde landelijke ontwikkeling. Dit wordt veroorzaakt door de stijging van zowel de riool- (37,3%) als afvalstoffenheffing (6,2%). Voor meer informatie hierover verwijzen we naar de paragraaf lokale heffingen.

Conclusie voor de financiële positie
De ontwikkeling van de kengetallen geeft aan dat de schuldenomvang van Voorschoten minst risicovol is in 2027 volgens de signaalwaarden van de provincie. Wanneer naar de kengetallen wordt gekeken voor de jaren 2028 en verder is te concluderen dat de schuldenomvang van Voorschoten meest risicovol is.
Verder kunnen we concluderen dat de lastendruk landelijk vergeleken aan de hoge kant ligt. De structurele exploitatieruimte kan voor 2027 getypeerd worden als minst risicovol voor de jaren 2028 en verder is de structurele exploitatieruimte meest risicovol.

Deze pagina is gebouwd op 10/09/2026 18:45:25 met de export van 10/09/2026 18:38:04